Voorbereiding
Reeds in de 12e eeuw voeren koopvaardijschepen op eigen initiatief
"in admiraalschap". Zij sloten zich aaneen teneinde gezamenlijk
beter de aanvallen van zeerovers en andere vijanden te kunnen afslaan.
De leiding werd in onderling overleg aan een der schippers toevertrouwd.
Later werden door de bestuurders van de grote handelssteden speciale
"ordonnantiën" gegeven inzake het zeilen in admiraalsschap, waarbij
de leiding werd opgedragen aan admiraals.
Nog weer later werd het admiraalzeilen een vermaak, dat jaarlijks
op het IJ en de Amstel plaats vond. Ook toen reeds behoorden vlaggen,
wimpels en kanongebulder tot de onmisbare attributen.
Indeling van de schepen in eskaders
De vloot wordt verdeeld in een aantal eskaders, elk bestaande uit
schepen van zoveel mogelijk overeenkomstig type. Ieder eskader wordt
gecommandeerd door een eskadercommandant. De eskadercommandant van
het eerste eskader is tevens de vlootcommandant. Ook gemeerd- of
ten anker liggende moet ernaar worden gestreefd de schepen zoveel
mogelijk eskadergewijs bijeen te houden.
De regisseur
De regisseur vervult zijn taak in overleg met de admiraal.
Hij draagt onder meer zorg voor:
- De indeling van de schepen
in eskaders en het (eventueel tevoren) aanzoeken van de eskadercommandanten;
- Indeling van de ligplaatsen,
eskadergewijs (in overleg met de havenmeester) en het plaatsen
van eskaderborden op de steigers;
- De keuze van het zeilplan,
inclusief de aanvang of het verzamelen voer de aanvang van het
admiraalzeilen, de aanloop route en de positie waarna geen motoren
meer mogen worden gebruikt;
- Het bekendmaken van de puntenbeoordeling
(jurering) aan de deelnemers;
- Het informeren van de juryleden
omtrent hetgeen van hen verlangd wordt en het aanzoeken van
schepen van waaraf zij de manifestatie kunnen aanschouwen;
- De voorbereiding van en leiding
over het palaver;
- De kontakten met andere instanties
(R.P. te water, Prov. Waterstaat, jeugdherberg, e.d.);
- De uitgifte (en het weer innemen)
van seinvlaggen, stokken, vlaggen voor eskadercommandanten en
eventuele andere materialen ten behoeve van het admiraalzeilen;
- Het markeren van de te zeilen
aanloop route, de ankerpositie voor het admiraalsschip en eventuele
oriëntatie punten voor manoeuvres. Het admiraalsschip moet zomogelijk
een zodanige ligplaats krijgen, dat het admiraalzeilen een goed
zichtbaar schouwspel vormt voor eventueel publiek op de vaste
wal.
Het admiraalzeilplan
Het plan is altijd sterk afhankelijk van de windrichting en kracht.
Het wordt opgesteld door de regisseur, zomogelijk in overleg met
de admiraal en omvat globaal:
- het formeren;
van de eskaders en van de vloot in zijn geheel na vertrek uit
de haven of vanaf een verzamelplaats/ankerplaats.
- de aanloop;
het volgen van een gemarkeerde route vanaf de startplaats naar
het admiraalsschip.
- het saluut;
- manoeuvres;
dit kunnen zijn
- gezamenlijke vlootmanoeuvres;
- vrije manoeuvres (eskaders
individueel) Het plan wordt aan de deelnemers bekend gemaakt
tijdens een "palaver".
Het palaver
Ter voorbereiding van het admiraalzeilen zal steeds een bespreking
(palaver) plaats vinden, waaraan in principe alleen deelnemen:
- de admiraal;
- de eskadercommandanten;
- de kapitein van het admiraalsschip;
- de juryleden;
- eventuele vertegenwoordigers
van b.v. Provinciale Waterstaat en/of Politie te Water.
Op dit palaver wordt door de regisseur
het admiraalzeilplan bekend gemaakt en besproken. Tussen het palaver
en het vertrek van de schepen uit de haven wordt zodanig tijd uitgetrokken,
dat de eskadercommandanten het plan en de nodige uitvoeringsregelingen
met hun kapiteins kunnen bespreken.
Vlagvoering
Eskadercommandanten voeren een grote vlag, bevestigd aan een pikhaak
of vaarboom, boven de mastwortel, zowel stilliggend als varende.
(doorgaans: natievlag, Friese vlag, Heeger- of palingakenvlag, 11-steden
vlaggen, welke door het comité in bruikleen worden verstrekt).
Door alle schepen wordt de natievlag op het roer gevaren. Andere
vlaggen dan de rood-wit-blauwe natievlag zijn niet toegestaan.
Bij een bezoek van een lid van het Koninklijk huis wordt zoveel
mogelijk een oranje wimpel in de top van de mast gevoerd. Een loodwitblauwe
wimpel kan steeds worden gevoerd, hetzij van top hetzij van de nok
van de gaffel. Beide wimpels kunnen zowel stilliggend als varende
worden gevoerd, desgewenst ook gelijktijdig. De schepen varen onder
hun eigen verenigingswimpel.
Zowel gemeerd als ten anker liggende worden de schepen zoveel mogelijk
gepavoiseerd. Naar zodra het schip los gaat van de wal of het anker
licht moeten pavoiseervlaggen worden neergehaald. Alle vlaggen,
pavoiseervlaggen en wimpels (behalve de verenigingswimpel) behoren
te zijn neergehaald tussen zonsondergang en zonsopkomst, ongeacht
of het schip stil ligt of varende is.
Formatieseinen
Aan eskadercommandanten worden seinvlaggen verstrekt:
Rode vlag - eskaders formeren in kiellinie.
Witte vlag - eskaders formeren in frontlinie.
Voor het geven van de manoeuvreerseinen kan gebruik worden gemaakt
van een
vlaggelijn of van seinvlagstokken.
Vlag omhoog betekent: "attentie" (waarschuwingssein).
Vlag neer betekent: alle schepen van het eskader gelijktijdig wenden
naar de nieuwe formatie (uitvoeringssein).
Gebruik van motoren
Tijdens het admiraalzeilen mag geen gebruik worden gemaakt van motoren.
In het admiraalzeilplan wordt (tijdens het palaver) bekend gemaakt
tot op welk punt uiterlijk nog motoren mogen worden gebruikt. Dit
punt ligt in ieder geval ruim voor de laatste markering op de route
vanaf de startplaats naar het admiraalsschip.
De uitvoering - formatie
varen
In kiellinie
- op een gestrekte koers moeten
de masten van de schenen in een lijn gehouden worden;
- de afstand tussen de schepen
mag niet groter worden dan één scheepslengte;
" wanneer de eskadercommandant van koers verandert volgen de
schepen van het eskader in elkaars kielzog. (men moet proberen
niet in de "buitenbocht te geraken").
In frontlinie
- de snelheid moet zodanig worden
geregeld, dat de stuurlieden elkaar in één lijn houden (dus
niet de masten van de schepen);
- de afstand tussen de schepen
mag niet groter worden dan twee scheepslengten;
- varende in frontlinie is het
moeilijk van koers te veranderen.
Wanneer eskaders in frontlinies
achter elkaar varen mag de afstand tussen de eskaders niet groter
worden dan 100 meter. In kiellinie varende sluiten de eskaders zich
vrijwel zonder tussen ruimten aaneen.
Manoeuvres
- Vrije manoeuvres.
De eskaders manoeuvreren zelfstandig, onder leiding van de eskadercommandanten,
waarbij moet worden gestreefd naar, zoveel mogelijk fantasie
en variatie in de manoeuvres en formatie veranderingen. Eskadercommandanten
moeten trachten binnen redelijke zichtsafstand van het admiraalsschip
te blijven.
- Gezamenlijke vlootmanoeuvres.
De meest bekende daarvan zijn:
- de vloot formeert zich
achter de admiraal (die na het saluut anker op is gegaan)
en manoeuvreert op diens aanwijzingen. De meest gemakkelijke
formatie voor dit soort manoeuvres is de "lange linie",
waarbij de eskaders zich aaneen voegen tot 4én of twee lange
kiellinies. Daarbij kan zodanig gemanoeuvreerd worden, dat
de schepen elkaar op korte afstand op tegenkoers passeren;
- de weefmanoeuvre:
- de eskaders worden
verdeeld over twee vloten (b.v. de even genummerde en
de oneven genummerde eskaders) die elkaars "tegenspelers"
zijn;
- de manoeuvres worden
uitgevoerd op een voor de winds rak;
- een even en een oneven
eskader varen eerst naast elkaar, elk in kiellinie,
voor de wind, met een tussenruimte van ca. 200 mtr.;
- op een onderling afgesproken
sein wenden alle scheren van de twee eskaders gelijktijdig
naar elkaar toe, waarbij zij in frontlinies komen (en
dan dus halve winds varen). Witte seinvlag;
- elke kapitein moet
zich tevoren grondig hebben georiënteerd wie zijn tegenspeler
zal zijn. Wanneer deze elkaar op tegenkoers naderen
wijken beide naar stuurboord.;
- na de ontmoeting varen
de schepen even ver door als daarvoor. Wederom op een
door beide eskadercommandanten afgesproken sein wenden
alle schepen van de twee eskaders gelijktijdig naar
de voor de windse koers, waarbij zij weer in kiellinies
komen. Rode seinvlag.;
- deze manoeuvre kan
men enkele malen herhalen.
Het saluut aan de admiraal
Gewoonlijk zal het admiraalsschip op een vooraf besproken plaats
ten anker gaan, waarna de eskaders in formatie aan de admiraal voorbij
zeilen.
Het saluut wordt gebracht op de volgende wijzen:
- op een signaal van de eskadercommandant
worden de fokken gelijktijdig gestreken (en na het saluut gelijktijdig
weer gehesen).;
- de kapiteins van de schepen
brengen de groet, echter uitsluitend wanneer zij een hoofddeksel
(pet) dragen. Indien dat niet het geval is nemen zij de houding
aan met de armen (en de vingers) gestrekt langs het lichaam;
- de overige bemanningsleden
nemen de houding aan;
- eventuele boordkanonnetjes
kunnen worden afgeschoten;
Indien het admiraalschip tijdens het zeilen een tweede maal
wordt gepasseerd wordt het saluut niet herhaald.
Prijzen
Ook tijdens het admiraalzeilen zal de regisseur zomogelijk nog aanwijzingen
of adviezen geven aan de deelnemers. Wanneer een deelnemend jacht
de manifestatie naar zijn mening teveel dreigt te verstoren, kan
hij de betreffende kapitein verzoeken van verdere deelneming af
te zien.
Voor eskaders die het admiraalzeilen naar het oordeel van een speciaal
daartoe aangezochte jury op de meest fraaie wijze volbrengen, zijn
enkele wisselprijzen beschikbaar:
1e prijs - wandbord, in 1968 beschikbaar gesteld door
de heer W. Hoefnagels.
2e prijs - tuigje, in 1972 beschikbaar gesteld door
de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem Jachten.
De prijzen worden uitgereikt aan de eskadercommandanten van de winnende
eskaders voor de duur van 1 jaar.
Jury
Deze bestaat uit:
- de admiraal (voorzitter);
- vier leden, die elk jaar voor
deze functie door het Comité worden aangezocht
Aan de juryleden wordt verzocht hun taak te vervullen, zoveel
mogelijk in overeenstemming met de volgende aanwijzingen:
- op het palaver vernemen
zij het admiraalzeilplan en krijgen zij een "beoordelingsformulier"
uitgereikt.;
- elk van de vier leden
krijgt een hem ten dienste staand vaartuig toegewezen, waarmee
zij zich tijdens het admiraalzeilen vrijelijk kunnen verplaatsen.
Het verdient aanbeveling dat de jury leden onderling afspreken
in welke sector van het zeilgebied zij zich hoofdzakelijk
zullen bewegen en eventueel ook op welke factoren in het
bijzonder zal worden gelet.;
- direct na het admiraalzeilen
bepaalt de jury in gezamenlijk overleg de prijswinnaars;
- de prijsuitreiking geschiedt
in principe door de admiraal tijdens de sluitingsbijeenkomst
van de reünie.
Zie ook het invulformulier. Cijfer waardering 1 t/m 10.
- Het varen en manoeuvreren
der eskaders in vlootverband;
- wijze waarop het eskader
zijn plaats in het vlootverband inneemt en behoudt.
- Het varen en manoeuvreren
in eskaderverband;
- wijze waarop het eskader
zich verzamelt op de eventuele verzamelplaats of ankerplaats;
- wijze waarop het eskader
afvaart en zich formeert;
- wijze waarop de eskadercommandant
zijn eskader in de hand houdt;
- de formatie en de algemene
indruk van het eskader tijdens het saluut aan de admiraal;
- wijze waarop de schepen
in het algemeen post houden binnen het eskader;
- de seingemeenschap.
- De uitvoering van gezamenlijke
vlootmanoeuvres (indien van toepassing);
- het rekening houden met
de bewegingen van de andere eskaders;
- afhankelijk van het
plan;
- "slimme" manoeuvres
(gaten opvullen, bocht afsnijden, e.d.).
- de gelijktijdigheid. bij
het uitvoeren van formatie veranderingen die voor bepaalde
manoeuvres zijn vereist.
- de wijze waarop het beoogde
spectaculaire effect van gezamenlijke manoeuvres wordt benaderd.
- Fantasie en variatie bij individuele
eskadermanoeuvres (indien van toepassing);
- de keuze van verschillende
manoeuvres en formaties en de wijze waarop de eskadercommandant
deze doet uitvoeren;
- het spectaculaire effect;
- het in de nabijheid (binnen
zichtsafstand) van de admiraal blijven.
- Algemene indruk
- uiterlijk aanzien van
schepen en bemanningen in een eskader;
- correcte zeil- en vlag
voering;
- het (niet) gebruiken van
motoren.
Een scherpe scheiding van de verschillende
aspecten is niet altijd mogelijk. Een bepaald incident kan onder
twee of meer hoofdpunten worden meegeteld. Beter
Admiraalzeilen; "do en don't" adviezen
Waarom horen we ieder jaar weer op de prijsuitreiking van de admiraal
dat lang niet alle eskaders "op elkaars vlaggenstok varen"? En waarom
lukt dat sommige eskaders bijna ieder jaar wel?
Admiraalzeilen is een sport,
een teamsport.
Het is heel iets anders dan wedstrijdzeilen, wat veel meer een sport
is voor het individuele jacht. Gaat het in de wedstrijd om de pure
snelheid en het tactisch inzicht, bij het admiraalzeilen spelen
beheersing van het schip en het vermogen om anticiperend en corrigerend
op te treden de hoofdrol. De vaak gehoorde klacht is dat de grote
snelheidsverschillen binnen het eskader er de oorzaak van zijn dat
het nergens op lijkt. Dit is volslagen onterecht. Een eskader schepen
met redelijke snelheidsverschillen, maar met goede zeilers op de
schepen, die goed opletten, het spelletje snappen en met een ervaren
eskadercommandant kan de hoofdprijs best winnen.
Als het een beetje lukt in het eskader dan geeft dat net zo'n kick
als het vooraan varen in de wedstrijd. Andersom geldt dit nog sterker,
achteraan varen in de wedstrijd is minder erg dan een middag varen
in een chaos van een eskader.
Ofwel het comité doet aan u allen een oproep dit jaar net zo veel
energie te steken in het admiraalzeilen als de wedstrijd. Wij beloven
u als prijs een hele leuke middag.
Voor de eskadercommandanten
Do:

- Ga overstag als het eskader
te lang wordt en geeft de schepen die achterliggen zo de kans
weer aan te sluiten (zie bijgaande tekening);
- Probeer de snelheid zo constant
mogelijk te houden en pas die aan op het voluit zeilende langzaamste
schip;
- Ga met iets ruimere wind dan
half langs de admiraal zodat u de schepen in uw eskader niet
afdekt.
Don't:
- Zeil niet te hoog aan de wind
omdat de schepen die lager liggen er dan nooit meer bij kunnen
komen;
- Laat het eskader niet te lang
worden omdat dan de communicatie verloren gaat en de frontlinie
onmogelijk wordt;
- Ga niet met halve wind of
pal voor de wind langs de admiraal. Laat de schepen in uw eskader
wind in de zeilen houden en geeft ze ook mogelijkheid om te
remmen door het grootzeil los te gooien.
Voor de schepen in het
eskader
Do:

- Zet bij een overstag manoeuvre
ruim voor je je voorganger passeert de manoeuvre in en draai
vlak achter hem/haar langs Je ligt dan boven je voorligger en
kan met iets afvallen snelheid maken (zie de bijgevoegde tekening);
- Vaar met zo constant mogelijke
snelheid, liefs één, maximaal twee lengten achter de vlaggenstok
van je voorganger. Laat de fok zoveel mogelijk vast staan en
regel de snelheid met de grootschoot.;
- Knoop het eind van de fokkeval
aan de top van de fok zodat je bij de admiraal de fok makkelijk
kunt strijken als die niet vanzelf valt.
Don't:

- Ga nooit overstag onder je
voorganger. Dé wind is weg, je mist hoogte en je komt er voorlopig
niet meer in de buurt.;
- Als je je voorganger nadert
gooi dan niet alle zeilen los, je remt dan wel goed maar je
ligt ook zo weer een eind achter. En probeer dan maar weer op
snelheid te komen! De kunst is er dus geleidelijk naar toe te
kruipen.;
- Strijk bij de admiraal de
fok niet helemaal. Met ruime wind ligt die dan gegarandeerd
in het water en een niet onbelangrijk persoon, de admiraal,
ziet dat zeker. Als het hele eskader half strijkt is dat ook
een heel mooi gezicht
|