|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De regionale reünie voor Friese ronde jachten en schouwen te
Heeg 1968 – 1979
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inhoud |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
VOORGESCHIEDENIS Dit verslag is gewijd aan de geschiedenis van de Regionale Reünie voor Friese Ronde Jachten en Schouwen gedurende de eerste 12 jaren van haar bestaan, in welk tijdvak schrijver dezes de functie van secretaris vervulde. Het is de bedoeling te boek te stellen wat de initiatiefnemers bewoog, hoe het eerste evenement tot stand kwam en om een overzicht te geven van de wederwaardigheden van de eerste 10 reünies die van 1968 tot en met 1979 plaatsvonden. Aan het begin van dit verhaal is het evenwel niet ondienstig om zeer in het kort de ontstaansgeschiedenis van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in herinnering te roepen. Immers, het ontstaan van de Regionale Reünie is niet los te denken van de activiteiten van deze Stichting, waarin de grote belangstelling, die na de Tweede Wereldoorlog voor het traditionele Nederlandse zeilschip bleek te bestaan, een bedding vond.ont> Het begon allemaal in
het jaar 1951. In Grouw ontmoetten elkaar twee markante figuren,
namelijk kapitein ter zee b.d. G.J.W. van Waning, die met zijn pas
verworven boeier , Maart je' zijn eerste bezoek aan Friesland bracht,
en de heer H. Voordewind, commissaris van politie te Amsterdam,
sinds lange jaren eigenaar van de Friese visaak 'Dolphijn'. De laatste,
Fries van geboorte, was bezig zijn zeilherinneringen vanaf zijn
jeugd, waarin boeiers en jachten een grote rol spelen, te boek te
stellen. Het gemeenschappelijk enthousiasme van deze twee voor de
oude houten Friese schepen deed de gedachte ontstaan te trachten
een lijst aan te leggen van nog bestaande boeiers en Friese jachten.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De kennismaking van dhr. Van Waning met de Koninklijke Zeilvereniging 'Oostergoo' in 1952 was aanleiding voor deze vereniging om het volgend jaar een reünie van Friese ronde jachten te organiseren (2. Op 4 en 5 juli 1953 kwamen in Grouw een veertigtal schepen tezamen, niet alleen uit Friesland, maar ook een tiental uit 'Holland'. De eerste dag herleefde het admiraalzeilen zoals dat in vroeger eeuwen werd beoefend, de tweede dag werd gehardzeild, alles begunstigd door fraai weer en goede wind. Deze eerste reünie werd een groot succes. Ir J. Loeff schreef in de Waterkampioen een in juichende bewoordingen gesteld verslag. Het kon niet uitblijven, dat het streven van de commissie landelijke aandacht en enthousiaste ondersteuning kreeg. Maar evenzo lag het voor de hand, dat die aandacht nu ook begon uit te gaan naar andere typen oud-vaderlandse zeilschepen, met name vrachtschepen voor de binnenvaart (tjalken, klippers e.d.) en vissersschepen van de (voormalige) Zuiderzee (botters, schokkers, bollen enz.). Dit vereiste vanzelfsprekend dat de taak van de oorspronkelijke commissie uitbreiding moest ondergaan. Uit de publicatie van dhr Van Waning blijkt hoe in 1955 uit de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten de Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten ontstond, waarvan de doelstelling werd'. ..de bevordering van de belangstelling voor het Nederlandse ronde en platbodemjacht'. In de taakomschrijving bleef de cultuurhistorische kern, ontleend aan die van de Comm. Stamboek, behouden (zie (1). Een van de effectiefste middelen om de belangstelling voor ronde- en platbodemjachten te bevorderen bleek de zomerreünie, die de nieuwe Stichting jaarlijks ging organiseren als voortzetting van wat in 1953 in Grouw was begonnen. Het landelijke karakter van de Stichting bracht mee, dat deze bijeenkomsten niet uitsluitend in Friesland plaats vonden, maar van jaar tot jaar in een andere watersportstreek van het land. Als eerbetoon aan de bakermat werd (en wordt nog steeds) het lustrum van de Stichting gevierd met een zomerreünie in Friesland. De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft het getij zeer mee gehad. Opgericht in een tijd van sterk groeiende welvaart, werden voor veel meer mensen dan ooit tevoren vele mogelijkheden geopend op het gebied van de vrijetijdsbesteding, ook op dat van de watersport. Een deel van het hiervoor geïnteresseerde publiek bleek sterk gecharmeerd door de voortbrengselen van de traditionele jachten scheepsbouw, voor het behoud waarvan de Stichting zich wilde inzetten. Intensief speuren naar nog bestaande Friese ronde jachten leerde in korte tijd, dat enige tientallen boeiers, Friese jachten en tjotters nog in wezen waren, zij het vaak in uiterst erbarmelijke staat. Vele van de nieuwe eigenaren hebben zich aanzienlijke financiële offers getroost voor herstel en soms voor algehele restauratie. Deze inspanningen leidden ertoe, dat in minder dan tien jaar praktisch alle nog bestaande Friese ronde jachten weer in volle glorie in de vaart gebracht waren. Het betreft hier echter slechts een beperkt aantal schepen. De in 1963 door de Stichting uitgegeven schepen lijst vermeldt de volgende aantallen (houten) Friese ronde jachten: 41 boeiers, 25 Friese jachten en 58 tjotters. De door de activiteiten van de Stichting gewekte belangstelling voor ronde en platbodem jachten bleek echter vooral uit te gaan naar schepen waarmee groter water kon worden bevaren (vm. Zuiderzee, wadden, Zeeuwse stromen). Vanaf ongeveer 1960 gingen vele werven zich toeleggen op de verbouwing tot jacht van oude vrachtschepen, zoals tjalken, alsmede op nieuwbouw (in staal) van zeeschouwen, grundels, bollen, schokkers, hoogaarzen en lemsteraken. Vele tientallen van deze typen schepen zijn in de navolgende jaren van stapel gelopen. Het aantal bij de Stichting ingeschreven jachten vertoonde dan ook een ononderbroken groei van 237 aan het einde van het eerste verslagjaar tot circa 1200 aan het begin van de jaren 80 (3, een toename van circa 40 per jaar. Deze toename is dus voornamelijk het gevolg van de groei van het aantal stalen schepen. Nieuwbouw in hout bleef beperkt; enige omvang bereikte het slechts bij de kleinere ronde jachten als tjotters en boatsjes en, in een iets later stadium op gang komend, bij Friese open schouwen en kajuitschouwen. Wat de deelname aan de zomerreünie van de Stichting betreft, de boven beschreven ontwikkeling weerspiegelde zich hier uiteraard. Op de eerste lustrumreünie in Sloten/Grouw, 1960, overheerste het houten schip nog geheel. Bovendien vormden op een totaal van 71 schepen de 42 Friese ronde jachten (12 boeiers, 14 Friese jachten, 16 tjotters) een meerderheid. Ook overigens overheerste het houten schip, met name in de eskaders schouwen en vissersschepen. Vijf jaar later waren de verhoudingen reeds aanzienlijk veranderd. Op een totaal van 145 schepen, tweemaal zoveel als in 1960, waren nu 45 Friese ronde jachten aanwezig (18 boeiers, 10 Friese jachten en 17 tjotters). In 1970 kwam in Lemmer een vloot van ruim 200 schepen bijeen, waaronder alleen al 37 tot jacht verbouwde tjalken. Onder deze 200 schepen bevonden zich 37 Friese ronde jachten (9 boeiers, 8 Friese jachten en 20 tjotters). Ook het aantal deelnemers aan de zomerbijeenkomsten in de tussenliggende jaren groeide gestaag. Het aantal Friese ronde jachten dat zich in plaatsen als Hoorn, Gorinchem, Den Helder, Veere, Hellevoetssluis of Medemblik vertoonde was echter zeer gering, wat veroorzaakt werd door de aard van het voor deze schepen ongeschikte vaarwater alsook de moeilijke bereikbaarheid hiervan. Ook zal daarbij een rol hebben gespeeld, dat de accommodatie in havenplaatsen als bovengenoemd niet tegemoet kon komen aan hetgeen de bemanning van de kleinere (open) schepen voor zichzelf meende nodig te hebben. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
HET INITIATIEF In juli 1967 ontmoetten elkaar bij een onofficiële zeilwedstrijd voor ronde jachten en schouwen, die door de V.V.V.-Heeg was georganiseerd, de heren K.J. van Douwen, eigenaar van het Friese jacht' Jansje Maria', P. Piersma, vader van de jeugdherberg 'it Beaken' en commandant van de bekende tjottervloot van die jeugdherberg, en J. Vermeer, eigenaar van het Friese jacht 'De Rode Leeuw' en van de tjotter' Albert en Nelly'. Zij waren het er spoedig over eens dat het jammer was dat buiten de lustrumjaren van de Stichting Stamboek eigenaren van Friese ronde jachten en schouwen bijna geen officiële gelegenheid hebben om elkaar met hun schepen in Friesland te ontmoeten. Daar kwam nog bij, dat het Sneekweek-Comité had besloten met ingang van 1967 op de zgn. stille dinsdag geen wedstrijden meer voor boeiers, jachten en tjotters uit te schrijven, zodat ook deze jaarlijkse mogelijkheid om elkaar te ontmoeten was weggevallen. De heren kwamen tot de conclusie, dat zij iets zouden moeten doen om in de gevoelde leemte te voorzien, temeer omdat zij er van overtuigd waren, dat verschillende eigenaren van de betreffende schepen er wel voor te vinden zouden zijn om met een grotere frequentie dan eenmaal in e 5 jaar aan een samenkomst deel te nemen. Een locatie was niet moeilijk te vinden. De heer Piersma stelde voor het bestuur van de N.J.H.C. toestemming te vragen om in 1968 het terrein van de jeugdherberg 'it Beaken' te mogen gebruiken als plaats van samenkomst. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Men moet voor ogen
houden, dat Heeg nog niet voor de recreatie was 'ontsloten'. Er
waren nog geen jachthavens, geen bungalows en geen brug naar het
eiland. Dit bestond nog voor het grootste gedeelte uit grasland
waarop des zomers koeien graasden. De jeugdherberg lag (zoals nu
nog) aan de oostkant van het eiland langs de Graft. Om er te komen
moest men vanaf de Nije Wal met een pontje worden overgezet (in
de gevel van het huis waar de veerman woonde staat nog 't woord
OVERHAAL). Een voetpad liep over een dijkje langs de zuidzijde van
het eiland en achter 'it Wite Huske' om bereikte men dan het jeugdherbergterrein.
Voor het beoogde doel was de plek uitermate geschikt. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
DE VOORBEREIDINGEN De eerste officiële vergadering van het comité vond plaats op zaterdag 13 januari 1968 in Heeg ten huize van de familie Piersma. Daar het de voorafgaande dagen flink gevroren had, was het eiland nu te voet bereikbaar door vanaf de Koaldyk de Var over te steken. Tijdens deze vergadering werden de volgende besluiten genomen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Na deze vergadering begaf het comité zich in de namiddag van dezelfde dag naar het zeilcentrum 'De Bird' om een eerste ontmoeting te hebben met het bestuur van de Watersportvereniging 'Heeg'. De watersporters in het dorp Heeg en omgeving hadden het tot voor kort nog zonder watersportvereniging moeten stellen. Voor het hardzeilen was men aangewezen op door verenigingen in Langweer, Sneek of Workum uit te schrijven wedstrijden. Op den duur groeide de behoefte deze ook op eigen water (het Heegermeer) en onder eigen beheer te kunnen houden. Mede als gevolg van de activiteit van het comitélid Piersma werd op 8 november 1967 bovengenoemde vereniging opgericht. Direct bij de oprichting verklaarde het bestuur zich bereid om de zeilwedstrijden, die het initiatiefcomité in het programma voor de te organiseren reünie wilde opnemen, te verzorgen. Voor het comité was dit een gelukkige ontwikkeling, want zonder hulp van een wedstrijdgevende vereniging ter plaatse zou het moeilijk zijn geweest om zeilwedstrijden te realiseren. Tijdens de samenkomst in het zeilcentrum 'De Bird' werden de bijzonderheden betreffende de samenwerking tussen het comité en de W.S. 'Heeg' alsmede de verdeling van de taken nader vastgesteld. De volgende afspraken werden gemaakt: -Het comité zal zorgdragen voor verzending van de uitnodigingen en de inning van de inschrijfgelden. Per deelnemer zal het inschrijfgeld worden onderscheiden in: een vaste bijdrage ongeacht de programmaonderdelen waarvoor wordt ingeschreven en daarnaast voor diegenen die deelnemen aan het hardzeilen een naar klasse gedifferentieerd wedstrijdgeld. Aan de hand van de aanmeldingen zal de secretaris van het comité de indelingen in wedstrijd klassen en in eskaders voor het admiraalzeilen maken.
De pas opgerichte watersportvereniging had uiteraard nog geen ervaring met het leiden van zeilwedstrijden. Daarbij komt nog, dat wedstrijden met tijdcorrectie heel wat meer werk van een wedstrijdcommissie vergen dan normaal: Voor elke deelnemer moet de finishtijd worden genoteerd, de gezeilde tijd omgerekend met behulp van de betreffende TCF en de nieuwe volgorde opgemaakt. Niettemin heeft de jonge W.S.H. het aangedurfd in het eerste jaar van haar bestaan dit experiment te beginnen; een moedig besluit. Omtrent de verdere voorbereidingen zij nog het volgende gememoreerd. Alvorens definitief met de uitwerking van de plannen te beginnen wilde het comité eerst de interesse peilen. Daarom verscheen in de Waterkampioen van 28 februari 1968 een aankondiging en werd aansluitend aan alle in aanmerking komende eigenaren een opwekking gezonden met het verzoek om belangstelling schriftelijk te laten blijken. Hierop ontving het comité zoveel positieve reacties dat eind april besloten werd de organisatie daadwerkelijk door te zetten. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
DE UITWERKING VAN DE PLANNEN De zeilwedstrijden behoefden als gevolg van de afspraken die reeds met de Watersportvereniging 'Heeg' waren gemaakt geen nader beraad meer. Het W.S.H.-bestuur besloot om zich het eerste jaar te laten bijstaan door wedstrijddeskundigen van zusterverenigingen (o.a. de K.Z.V. 'Langweer'). Het lukte bovendien om voor elke klasse een wisselprijs voor de winnaar ter beschikking te krijgen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bij admiraalzeilen
behoort een admiraal die aan boord van een admiraalsschip het saluut
van de deelnemende eskaders afneemt. Het comité meende dat het een
aardige geste zou zijn om daarvoor uit te nodigen de heer W. Hoefnagels
te Doorwerth met zijn enige jaren tevoren in Heeg op de werf van
de Gebrs. De Jong nieuwgebouwde boeier 'Boreas'. Deze uitnodiging
werd door de heer Hoefnagels gaarne aanvaard. Om de deelnemers aan
het admiraalzeilen te stimuleren dit zo goed mogelijk uit te voeren,
besloot het comité een wisselprijs in te stellen voor het eskader
dat naar het oordeel van de admiraal (eventueel bijgestaan door
enkele raadslieden) op de beste wijze de voorgeschreven manoeuvres,
met name het saluut, zal hebben volbracht. De admiraal zal na afloop
de prijs overhandigen aan de commandant van het winnende eskader.
De heer Hoefnagels bood aan de kosten van deze wisselprijs voor
zijn rekening te nemen, hetgeen het comité uiteraard in dankbaarheid
aanvaardde. Door bemiddeling van het comitélid Van Slooten, tevens
penningmeester van de Friese Elfstedenvereniging; konden van deze
vereniging de elf Friese stedenvlaggen geleend worden om te worden
gevoerd in de masttoppen van de schepen van de eskadercommandanten,
hetgeen telkens weer het admiraalzeilen een zeer feestelijk aanzien
verschafte. Voor de op zaterdagavond te houden fakkelvaart werd het volgende plan bedacht: Bij het invallen van de duisternis (begin augustus is dat omstreeks 21.00 uur MET) vertrekken de deelnemende schepen van de wal bij de jeugdherberg, bij voorkeur in sleeptreinen van 4 of 5 schepen getrokken door een schip met een voldoend krachtige motor, met aan boord genoeg bemanningsleden om tenminste twee, liefst meer, brandende fakkels - buiten boord gehouden - mee te kunnen voeren. De tros vaart langzaam in de richting van de Pharshoeke en verder naar het dorp, langs de helling van De Jong de Var in, tussen de daar liggende woonschepen tot aan de Fierste Helling (de heer Hoefnagels zal fakkels plaatsen op zijn erf) en keert na een slinger op de Var gemaakt te hebben terug naar het terrein van de jeugdherberg. Op verschillende plaatsen op de wal langs de route zal op passende ogenblikken Bengaals vuur worden ontstoken. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Het benodigde
vuurwerk en de fakkels werden besteld bij de 1e Ned. Kunstvuurwerk
fabriek J.N. Schuurmans N.V. te Leeuwarden. Het financiële risico
verbonden aan het eventueel niet doorgaan van de fakkelvaart bij
ongunstige weersomstandigheden, werd van het comité afgenomen, doordat
de fabriek zo coulant was zich te verbinden om niet gebruikt onbeschadigd
materiaal terug te nemen. Tijdig vóór het begin van de vakantieperiode,
omstreeks 15 mei, werden de uitnodigingen voor de reünie verzonden.
Bijgesloten werd een formulier waarop degenen die aan het hardzeilen
wilden meedoen maar nog geen meetbrief van het K.N.W.V. bezaten,
een aantal maten van schip en zeilen moesten invullen, nodig voor
de berekening van een tijdcorrectiefactor. Eveneens bijgesloten
was een uitnodiging om deel te nemen aan wedstrijden tijdens de
Sneekweek: Mede onder aandrang van de secretaris van de Stichting
Stamboek en omdat vanuit 'Heeg' hulp op de starttoren was toegezegd,
was het Sneekweek-Comité bereid weer wedstrijden voor ronde jachten
in te lassen, nu echter op de woensdag, de vanouds zogeheten Hardzeildag
(4. Tot de voorbereidingen behoorde tenslotte nog het aanvragen van een gemeentelijke vergunning en het inlichten van de regionale dagbladen en de provinciale V.V.V. Ook moest nog een wisselprijs voor het admiraalzeilen worden gevonden. Op zoek naar een geschikt object troffen de echtparen Piersma en Vermeer elkaar bij de Friese klokkenmakerij van de fa. De Vries in Joure. Het achterbord van een Friese stoeltjesklok met zijn zeemeerminnen aan weerszijden, kon op eenvoudige manier omgevormd worden tot een wandbord, door het te beschilderen met een zeilend rond jacht en te voorzien van de volgende geschilderde tekst: Nog vermeld moet worden de sympathieke geste van het gemeentebestuur van Wymbritseradeel om een prijs voor een bijzondere prestatie beschikbaar te stellen in de vorm van een wimpel in de gemeentekleuren (3 banen in de lengterichting resp. blauw, geel en blauw), elk jaar uit te reiken ter beoordeling van het bestuur van de Watersportver. Heeg. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
DE EERSTE REÜNIE, 1968 Geheel in overeenstemming met de verwachting op grond van de uitslag van de opiniepeiling bleek het aantal inschrijvingen dat bij de secretaris binnenkwam alleszins bevredigend. Meer dan 80 schepen werden aangemeld, inclusief de tjotters van de jeugdherberg, en wel verdeeld als volgt: 10 boeiers, 13 Friese jachten, 31 tjotters, 11 grote schouwen (waaronder 5 kajuitschouwen), 12 kleine schouwen en 7 GWS-schouwen. Onder de ingeschreven jachten waren er drie die merkwaardig toeval - 100 jaar geleden gebouwd waren en bovendien dan nog op dezelfde werf, die van Eeltje Holtrop van der Zee in Joure, nl. de Friese jachten 'Dolphijn' van commissaris Voordewind en 'Mercurius' van Mr Tj. Kingma en de tjotter 'Tsjits' van de heer H. Posthuma. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deze 100-jarigen werden
als een escorte toegevoegd aan het admiraalsschip om bij het admiraalzeilen
het saluut van de verschillende eskaders in ontvangst te nemen.
Bijlage 1 geeft de lijst van deelnemers aan de eerste reünie; voorzover
bekend is het bouwjaar van de schepen aangegeven.
Na afloop kwamen verschillende deelnemers de comitéleden bedanken voor het initiatief dat zij genomen hadden. Nadrukkelijk werd daarbij de hoop uitgesproken, dat dit evenement in komende jaren zou worden voortgezet. De grote belangstelling voor deze eerste reünie, die ook in latere jaren bleek aan te houden, rechtvaardigde, ook achteraf, de beslissing om er inderdaad mee door te gaan. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
DE VOLGENDE JAREN TOT EN MET 1979 De ervaring met de eerste reünie bevestigde het comité in de overtuiging met de organisatie van dit evenement inderdaad aan een behoefte tegemoet te komen. Besloten werd voor de volgende jaren in hoofdzaak hetzelfde programma aan te houden. Op vrijdag avond werd echter nog toegevoegd een bijeenkomst van alle deelnemers in het dorpshuis van Heeg, met na een officiële begroeting door het comité, een zgn. culturele avond. Ook hebben verschillende muziekgezelschappen en skotsploegen uit Heeg, Oudega, Bolsward en Sneek op de zaterdagavond, voorafgaande aan de fakkelvaart, uitvoeringen gegeven. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
In het navolgende zullen de voornaamste
feiten en gebeurtenissen van de volgende reünies tot en met de tiende
worden vermeld. Daarvoor is gedeeltelijk geput uit de verslagen
die destijds waren opgenomen in het Mededelingenblad dat het comité
vanaf 1973 omstreeks de jaarwisseling placht rond te zenden. Terwille
van de overzichtelijkheid zijn een aantal gegevens betreffende de
beschreven periode samengevat in een enkele bijlagen, en wel als
volgt:
1969De tweede Regionale
Reünie begon met een culturele avond in het oude dorpshuis (nabij
de Ned. Hervormde kerk). Drs U.E.E. Vroom, conservator van het Zuiderzeemuseum
in Enkhuizen, hield een voordracht over het onderwerp 'Boeiers en
Boatsjes van Eeltsjebaes' in een tjokvol en warm zaaltje. Daarna
volgde nog een vertoning van de stamboekfilm 'Van Klik tot Kluiver'.
Tijdens deze voorstelling woedde een zware onweersbui. De volgende
dag was het weer vriendelijker en kon het hardzeilen met een mooie
lopende wind worden afgewerkt. De fakkelvaart moest worden afgelast
omdat opnieuw een bui met veel wind opstak. Bij het admiraalzeilen
fungeerde de heer Mr H.P. Linthorst Homan, commissaris van de koningin
in Friesland, als admiraal aan boord van het Friese jacht 'Mercurius'.
Helaas liet die middag de wind volkomen verstek gaan, zodat in plaats
van zeilen slechts van drijven gesproken kon worden. In enkele eskaders
kon met behulp van motorkracht nog enige orde in de formaties bereikt
worden. De Hoefnagelsprijs viel ten deel aan het eskader boeiers
onder aanvoering van de 'Njord' van dhr Offringa. De windstilte
hield ook zondagsavonds nog aan, waardoor aandrang op het comité
werd uitgeoefend om de fakkelvaart, die blijkbaar vorig jaar ook
bij het Heeger publiek in de smaak was gevallen, alsnog te houden.
Aan dit verzoek werd |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1971In 1971 was de situatie in Heeg drastisch veranderd. De plannen om in dit dorp meer accommodatie voor de watersport te scheppen, resulteerden er in dat het eiland hiervoor werd bestemd. In het noordoostelijk deel werd een grote jachthaven aangelegd, te exploiteren door de gemeente Wymbritseradeel. Deze jachthaven kwam in het voorjaar van 1971 gereed (zie verderop). Voorts werd over de Var een vaste brug gebouwd naast de boerderij 'Stjelp-Sate'.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Een nieuw dorpshuis
verrees op het eiland aanpalend aan de jachthaven. Ook in het vaargebied
veranderde er het een en ander. De provincie was begonnen het Johan
Frisokanaal project uit te voeren, wat inhield het maken van een
grootscheeps vaarwater tussen het nieuwe sluizencomplex bij Stavoren
en het Prinses Margriet kanaal bij 'Afrika'. Daarvoor werden onder
meer de vaargeulen in de Fluessen en het Heegermeer verbreed en
verdiept. Met de baggerspecie werden (recreatie)eilanden opgeworpen;
in het Heegermeer kwam zo'n eiland tot stand ten zuiden van het
dorp Heeg, niet zonder protest overigens. In later jaren werd nog
de Jeltesloot verbreed en een doorgraving gemaakt naar de kop van
het Heegermeer. Dit laatste betekende een aanzienlijke verbetering
t.o.v. het oude bochtige traject ten oosten langs het eiland.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1972 Dit jaar waren de weergoden de reünie zeer gunstig gezind: geen onweersbuien met harde wind en ook geen windstilte; op beide dagen stond er een mooie lopende ZW-wind, waardoor zowel het hardzeilen als het admiraalzeilen onder de bestdenkbare omstandigheden konden verlopen. Vrijdagsavonds was in het dorpshuis de reünie begonnen met een praatje over 'Friese statenjachten door de eeuwen heen' door het comitélid Van Slooten, die in 1953/1954 zo nauw betrokken was bij het voor de provincie Friesland verwerven van het huidige statenjacht, de boeier 'Friso'. Bij het hardzeilen was voor het eerst een zgn. Olympische baan uitgezet, hetgeen mogelijk werd gemaakt doordat de W.S.H. nu over een startschip beschikte. Alle deelnemers waren het er over eens dat een dergelijke baan met een recht-in-de-windse start grote voordelen heeft.
Aan boord van de boeier 'Constanter'
van de familie Halbertsma nam de heer Mr Dr T. Huitema, secretaris
van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, als admiraal
de vlootschouwen het saluut af; het was een prachtig gezicht om
de fraaie boeier, gepavoiseerd en met een grote nationale vlag in
top, voor anker afgemeerd te zien liggen in de lopende wind. De
eskaders manoeuvreerden mei deze wind heel goed en veel te gauw
was het tijd om weer de haven op te zoeken. Een verrassing was,
dat het comité door de heer Huitema namens de stichting Stamboek
een tweede prijs voor het admiraalzeilen kreeg aangeboden in de
vorm van een mastwortel (tuigje), vervaardigd door dhr. Piersma
Sr. De winnaars van dit jaar bleken te zijn: de Hoefnagelsprijs
voor het eskader Tjotters C aangevoerd door mej. J. Piersma en de
nieuwe stamboekprijs was voor het eskader Friese jachten A onder
leiding van J. Loopik. 1973In 1973 bleken de weersomstandigheden geheel anders dan het jaar tevoren. Bij de aankomst van de deelnemers op vrijdag regende het flink en de weerberichten deden voor de komende dagen niet veel goeds vermoeden, hetgeen, althans op zondag, ook helaas bewaarheid werd. Na de begroeting des avonds in het dorpshuis kregen de deelnemers gelegenheid hun mening te uiten over de wijze waarop het comité in de afgelopen jaren de zaken geregeld had. Veel kritische opmerkingen werden niet vernomen, wel instemming, en aansporing om door te gaan. Voorzitter Van Douwen deelde mee dat voortaan, als blijvende herinnering aan een tijdens het admiraalzeilen gewonnen wisselprijs, aan alle schippers van de winnende eskaders een oorkonde zal worden uitgereikt, waarop de prestatie wordt vermeld, zodat behalve de eskadercommandant ook de overige kapiteins van de deelnemende schepen op deze wijze in het bezit komen van een blijvend bewijs van hun kunnen. De voorzitter vertoonde een groot aantal dia's van de eerste reünie, waarna de bekende stamboekfilm 'Van Klik tot Kluiver' werd vertoond. Zaterdagmorgen bracht een zuidwestenwind, kracht 4 à 5, die echter steeds meer afflauwde, zodat aan het eind van de middag de wedstrijdcommissie genoodzaakt was voor de kleinere klassen de nu ook wederom olympische baan af te korten. In de avond heerste er een absolute windstilte bij het overtrekken van de kern van de depressie, waardoor de fakkelvaart een haast onwezenlijk mooi schouwspel opleverde met de schepen, mysterieus verlicht, ronddrijvend op een weerspiegelend glad wateroppervlak.
Overigens was dit met recht de
stilte voor de storm. Reeds des nachts stak de wind weer op - tot
kracht 8 en zondag was het bar en boos weer. Ook de weerberichten
voorspelden voor de komende 24 uur niets goeds. Tijdens het palaver
voor de eskadercommandant werd besloten, dat de admiraal - de heer
H. Halbertsma, conservator van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek
en een van de drie oprichters van het eerste stamboek (zie hoofdstuk
I) - het generaal saluut zal afnemen vanaf het voordek van de 'Rode
Leeuw' met de deelnemers langs de wal in hun schepen en de 'Rode
Leeuw' met admiraalsvlag in top langsvarende. De niet door iedereen
opgemerkte stagnatie tijdens dit langsvaren bleek achteraf veroorzaakt
te zijn door een door de storm te water geraakte admiraalspel die,
na opgevist te zijn, nat en wel weer goed op het hoofd van de admiraal
moest worden aangebracht. Tijdens de sluiting na de uitreiking van
de (wedstrijd)-prijzen zorgde de heer R. van Netten van de tjotter
'Queenie' met een spontane bloemenhulde en een woord van dank aan
mevrouw Vermeer voor een hartelijk applaus. De beide prijzen voor
het admiraalzeilen konden niet worden uitgereikt en de nieuwe oorkonde
bleven een jaar ongebruikt. 1974Het aantal deelnemende schepen
was dit jaar hoger dan ooit tevoren, nl. 100; er meldden zich nog
een aantal deelnemers in Heeg, die om welke reden dan ook niet tijdig
konden inschrijven en die in ieder geval voor het admiraalzeilen
nog werden geaccepteerd. Vrijdagavond werd een vrij vol programma
afgewerkt met de vertoning van een aantal kleine films, w.o. een
over de bouw van de kajuitschouw 'Skaldan' opgenomen door de eigenaar
de heer G. Ruys. Het hardzeilen begon met bijna blakte, later zette
de wind wat door en konden toch drie ronden worden afgewerkt. De
kleinste scheepjes startten deze keer eerst, wat het voordeel heeft
dat de finish niet te laat is afgelopen. Het admiraalzeilen werd
begunstigd door een matige noordoosten wind. De enkele regendruppels
die naar beneden kwamen zullen de meeste deelnemers niet eens hebben
opgemerkt in hun ijver om een en ander zo goed mogelijk te volbrengen.
Als admiraal fungeerde deze keer aan boord van de boeier' Albatros'
van de N.V. Philips de heer Anne de Groot, oud-voorzitter van de
Sintrale Kommisje Skûtsjesilen, die zich kennelijk temidden van
de kleine broertjes en zusjes van de skûtsjes heel goed op zijn
gemak voelde, zoals tijdens de uitreiking van de prijzen bleek.
De Hoefnagelsprijs ging naar het eskader Tjotters B onder aanvoering
van J. Rouwé, de Stamboekprijs was voor het eskader Friese jachten
B onder leiding van L. van de Post. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1976 Nadat eind 1975 de voorzitter van het Comité Regionale Reünie, de heer Van Douwen, voor het aanvaarden van een functie bij de rechterlijke macht in Willemstad voor drie jaar naar Curaçao was vertrokken, bestond het comité bij de aanvang van de 7e reünie uit de heren H.E. Oud (wn. voorzitter), J. Vermeer (secretaris), B. van Klinken (penningmeester), P. Piersma en H.G. van Slooten. Tijdens het samenzijn in het dorpshuis deelde de heer Van Slooten mee, dat het bestuur van de Stichting Stamboek voor de Vrienden zal overgaan tot het uitgeven van losbladige jaarlijkse publicaties over de geschiedenis van oude schepen, werven etc. zoveel mogelijk in samenwerking met de redactie van het jaarboek van het Fries Scheepvaart Museum. De avond werd besloten met de vertoning van een film over het skûtsjesilen en van één over de geschiedenis van de elfstedentocht. De zeilwedstrijden zaterdags troffen een afnemende wind, waardoor voor sommigen het uitzeilen van de baan wat erg lang duurde. 's Avonds kon de, juist ook door de toeschouwers zeer gewaardeerde fakkelvaart onder gunstige omstandigheden doorgang vinden. Het admiraalzeilen op zondag vond plaats onder kritisch oog van de jury en admiraal G.F.W. Hartung en diens dochter aan boord van het fraaie Friese jacht 'Frisia' van de heer T. Klazinga. Dit schip was uitgekozen omdat het in 1876, dus 100 jaar geleden, gebouwd was door E.H. van der Zee. Er was bij de uitreiking van de prijzen vanwege de jury nogal wat kritiek op enkele eskaders. Het blijft echter moeilijk om zonder oefening vooraf het admiraalzeilen bevredigend te doen verlopen, zeker bij (te) weinig wind, zoals deze keer het geval was. Het comité nam zich voor om zich te beraden op maatregelen die een ordelijk uitvoeren van het admiraalzeilen zouden kunnen bevorderen. Een eerste vereiste blijft natuurlijk dat weer en wind meewerken. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| De Hoefnagelsprijs
ging naar het eskader Boeiers en Friese Jachten A (commandant W.
Hoefnagels!) en de Stamboekprijs naar het eskader Tjotters C (commandant
J. Rouwé). Na de prijsuitreiking memoreerde de voorzitter het feit,
dat Piersma en zijn vrouw het laatste jaar als Heit en Mem de jeugdherberg
'it Beaken' beheren en bedankte hen voor de vele jaren gastvrijheid
die de reünie bij hen mocht genieten. Het bovengenoemde voornemen leidde ertoe, dat een commissie bestaande uit de heren H. van Foreest, E.G. Duyvis en J.W.C.M. v.d. Sijp op verzoek van het comité zal trachten maatregelen uit te werken die moeten leiden tot verbeteringen bij het admiraalzeilen, en wel op twee punten:
1977De weergoden waren de reünie deze keer niet al te gunstig gezind, zeker niet op de dag van het admiraalzeilen, zondag 7 augustus. Het begon die morgen al met regen en veel wind, terwijl de voorspellingen voor het verdere verloop van de dag bepaald niet hoopvol stemde. Toen het dan ook tegen half één stroomde van de regen besloot het comité het admiraalzeilen af te gelasten; een moeilijke beslissing. Voor de Amerikaanse filmploeg, die van plan was filmopnamen te maken, was het natuurlijk erg jammer dat het admiraalzeilen niet kon doorgaan, evenals voor onze admiraal (de heer F. de Wolf, voorzitter van de Vereniging 'Grouwster Watersport') en voor de schipper van het admiraalschip de kajuitschouw 'Zilvermeeuw', die zich beiden zo terdege hadden voorbereid.Het hardzeilen op zaterdag werd enerzijds begunstigd door een mooi lopend windje, anderzijds verdreven de regenbuien de genoemde filmploeg ook hier reeds vroegtijdig van het water. De fakkelvaart kon gelukkig wel door gaan, vooral ook ten genoegen van het publiek op de wal. Muzikale opluistering verhoogde deze keer het plezier. De vrijdagavond was begonnen met de vertoning van twee films, een professionele opgenomen voor de NOS over het bouwen van een tjotter, en een amateurfilm door een deelnemer aan 'New York Sail200' opgenomen tijdens het bezoek van een aantal Nederlandse ronde en platbodem jachten aan de stad New Vork en de Hudson-rivier. Dit jaar hadden nu alle deelnemende schepen een ligplaats aangewezen gekregen in de gem. jachthaven, aangezien de rechtstreekse verbinding tussen het terrein van de jeugdherberg en dat van de jachthaven volledig was geblokkeerd (terecht overigens). 1978De reünie van 1978 stond in het teken van de schouw. Het comité kon inderdaad een record aantal schouwen inschrijven: 13 open schouwen, 22 kajuitschouwen en 14 GWS-schouwen. De voorzitter van de Vereniging 'Grouwster Watersport' was op nieuw gevraagd om als admiraal te fungeren aan boord van de kajuitschouw 'Zilvermeeuw' van de heer M.W. den Boogert. Hoewel het geen stralend weer was, stond er op beide dagen een mooie zeilwind. Bij het hardzeilen moest om uiteenlopende redenen tweemaal een start worden uitgesteld en dan blijkt, dat onze deelnemers doorgaans te weinig wedstrijdroutine bezitten; door onbekendheid met de betreffende seinen, die de wedstrijdcommissie daarbij moest hanteren, zondigden nogal wat wedstrijdzeilers tegen de regels en werden daarom uitgesloten.
Het admiraalzeilen werd voor het
eerst voorbereid en geleid door een regisseur; een en ander als
vrucht van de deliberaties in de in 1976 ingestelde studiecommissie.
De heer A.J.E. Arnold Bik heeft zich, bijgestaan door de heer P.
Postma, op voortreffelijke wijze gekweten van deze taak, die onverwachts
geheel op zijn schouders neerkwam door de plotselinge verhindering
van de heer Van Foreest. Alle eskaders gingen voor de aanvang aan
de oostzijde van het eiland voor anker en vanuit deze positie werd
het admiraalzeilen begonnen. Bij de beoordeling van de verrichtingen
van de eskaders betrok de jury ook het anker opgaan in de puntenwaardering.
De wisselprijzen gingen deze keer naar het eskader Tjotters A onder
leiding van schipper J. v.d. Sijp en naar het eskader Open Schouwen
B onder leiding van schipper H.P. Nooteboom. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1979 Het comité meende de 10de Regionale Reünie voor Friese Ronde Jachten en Schouwen een wat feestelijk karakter te moeten geven, en wel door het organiseren van een stertocht naar Heeg voorafgaande aan de reünie en door de vrijdagavond op te luisteren met muziek, uit te voeren door eigen deelnemers. Of de aankondiging van deze plannen de deelname heeft gestimuleerd is niet met zekerheid te zeggen; er meldde zich echter een recordaantal van 124 schepen aan (zie bijlage 3), waaronder ook een recordaantal GWS-schouwen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() 4 augustus 1979 Een groot veld van GWSschouwen aan de start. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Links: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De deelnemers aan de stertocht verzamelden zich op woensdag 1 augustus
respectievelijk in Hemelum (tochtleider: W. Hoefnagels), Oudega
(W), (P.J. Zaaijer) , Langweer (J.E. ter Braak), Akkrum (K.J. van
Douwen) en Delfstrahuizen (A. van der Werf). Helaas werkten de weergoden
dit initiatief sterk tegen met regen en harde zuidwestenwind, zodat
de deelnemers op donderdag 2 augustus verregend in Heeg aankwamen.
De groep Delfstrahuizen kon aanvankelijk het Tjeukemeer niet oversteken,
kwam die avond niet verder dan Sloten en arriveerde pas vrijdagmiddag
in Heeg. De vrijdagavond was als vanouds een zeer genoeglijk samenzijn. Deze keer geen film, maar een aantal sprekers, afgewisseld door muziekuitvoeringen, ten gehore gebracht door het voor deze gelegenheid samengestelde 'Kombuisorkest', enthousiast aangevoerd door dhr. P. Postma. Dit orkest bracht met veel élan een repertoire van kamermuziek ten gehore, dat met veel instemming werd begroet. Hoe het mogelijk was dat met zo weinig repeteren een dergelijke prestatie geleverd kon worden, kan alleen verklaard worden uit het enthousiasme waarmee de orkestleden hun taak opvatten en uitvoerden.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
En dan te weten, dat
bijna het halve orkest in de groep Delfstrahuizen zat, die op donderdagavond
in Sloten strandde, terwijl juist die avond de generale repetitie
moest plaatsvinden. Bij de sprekers bracht de heer Hoefnagels de
structuur van het comité ter sprake en pleitte voor vergaande wijzigingen.
De voorzitter zegde toe de suggesties in het comité te zullen bespreken.
De secretaris van het comité maakte tijdens de 10de reünie bekend te willen aftreden. In de najaarsvergadering trad ook de voorzitter af en werd het comité nu als volgt geformeerd: P.J. Zaaijer, voorzitter; A. v.d. Werf, secretaris; J.G. Greep, penningmeester en A.J.E. Arnold Bik en P. Piersma, lid.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
NOG ENIGE ORGANISATORISCHE BIJZONDERHEDENDe samenwerking met het bestuur van de Watersportvereniging 'Heeg' is gedurende de gehele periode heel plezierig geweest. In het begin vergaderde het comité elk najaar met dit bestuur, meestal in het centraal gelegen Sneek (Piso, Bonnema). Daar werden dan de afspraken gemaakt. In latere jaren kon het comité, dankzij de vriendelijke bemiddeling van directeur Ten Hoeve, voor zijn bijeenkomsten gebruik maken van de zgn. Ypecolsga kamer in het Fries Scheepvaart Museum en werden de (routine)afspraken met de W.S.H. meestal schriftelijk afgehandeld. Tot en met 1974 schafte de W.S.H. de prijzen voor het hardzeilen aan en verzorgde het drukken (in stencilwerk) van het programma, dat door de secretaris van het comité aan de hand van de aanmeldingen werd opgemaakt. Als vergoeding voor haar kosten had de W.S.H. recht op de totale som aan wedstrijdgelden, die elk jaar in overleg met haar werden vastgesteld. Na genoemd jaar werd een andere regeling getroffen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het comité nam voortaan de zorg zowel
voor de wedstrijdprijzen als voor het programmaboekje op zich. De
W.S.H. zorgde verder alleen voor de organisatie van de wedstrijden
op de dag zelf, waarvoor een vaste vergoeding vooraf werd overeengekomen.
Een speciaal ontworpen omslag voor het programmaboekje bracht nu
tevens beter het wezen van de reünie tot uitdrukking (zie bijlage
6). Zonder te kort te willen doen aan de verdiensten van ongenoemden, worden hier de namen vermeld van enige bestuurs- en commissieleden van de W.S. 'Heeg', die zich in de beschouwde periode in het bijzonder hebben ingespannen voor het welslagen van de reünie: De voorzitters J. v.d. Kevie, G. Cnossen en S. Pasma, de secretarissen A.J. de Bruijn, J. de Vries en T. Potma en voorts in wedstrijdcommissie of -jury (in min of meer chronologische volgorde) de heren J. Hettinga, A. v.d. Pol, G. Roodhof, G. en B. Gerritsma, S. Cats, W. van Eif en W. Schurer. Konden vóór de transformatie van het eiland alle deelnemende jachten een ligplaats krijgen aan de wal van de jeugdherberg en verder langs de oever van de Graft tot aan de hoek met de Var, vanaf 1971 werd de vloot gedeeltelijk en vanaf 1977 in zijn geheel ondergebracht in de gemeentelijke jachthaven. De enthousiaste medewerking van havenmeester Loopik is reeds in het licht gesteld: Ondanks het feit dat juist in de jaren zeventig de watersport een enorme groei te zien heeft gegeven, waarmee het aantal passanten, dat de jachthaven voor overnachting bezoekt, eveneens sterk is toegenomen, lukte het hem toch steeds weer de deelnemers aan de reünie te herbergen. Tot slot volgen hier nog de namen van degenen die van 1968 tot en met 1979 de verantwoordelijkheid voor de Regionale Reünie voor Friese Ronde Jachten en Schouwen hebben gedragen. In 1968 startte het comité in de volgende samenstelling: K.J. van Douwen (Beetsterzwaag) voorzitter; J. Vermeer (Arnhem) secretaris/penningmeester, P. Piersma (Heeg) en H.G. van Slooten (Leeuwarden). In 1972 trad toe H.E. Oud (Hemelum). In 1973 nam B. van Klinken (Goïngarijp) het penningmeesterschap op zich tot en met 1976, in welk jaar hij uit het comité trad en het penningmeesterschap werd overgenomen door P.J. Zaaijer (Oudega-W.). In 1975 vertrok Van Douwen naar de Ned. Antillen en nam Oud het voorzitterschap waar. In 1978 trok Van Slooten zich terug en een jaar later trad A.J.E. Arnold Bik (Den He!der) toe tot het comité. De samenstelling van het comité na het aftreden van Vermeer en Oud aan het eind van de besproken periode is reeds. in het vorige hoofdstuk vermeld. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
AFSLUITING Aan het slot van dit overzicht moge nog geconstateerd worden, dat de Regionale Friese Reünie activerend heeft gewerkt, in zoverre dat rondom haar zich een reeks van evenementen voor de kleinere ronde en platbodemjachten heeft gevormd, of dat de deelname aan reeds bestaande erdoor is gestimuleerd. Te noemen zijn:
Hiermee zijn nog niet alle evenementen,
waar Friese ronde jachten en schouwen in Friesland terecht kunnen,
opgesomd. Het is hieruit wel duidelijk, dat de situatie sedert 1967
aanzienlijk is veranderd. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BIJLAGEN |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bijlage 3
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||






Uit
deze lijst blijkt duidelijk dat, zoals in hoofdstuk I reeds werd
opgemerkt, het bouwen van houten schepen na circa 1960 een opleving
te zien geeft. De lijst vermeldt 2 nieuwe Friese jachten, 17 nieuwe
tjotters en 21 nieuwe schouwen. Ook bij de (ijzeren/stalen) GWS-schouwen
is sprake van een opleving van de belangstelling, zoals later ook
nog zal blijken. 



Jan
Loopik, de muzikale havenmeester.





























